Hoe geef ik elk product een unieke identificatiecode?
Artikel 12 verplicht tot een eigen code per matras
De unieke identificatiecode is het kenmerk waarmee één specifiek matras te onderscheiden is van elk ander matras, ook van hetzelfde model en dezelfde fabrikant. Artikel 12 van de ESPR bepaalt dat het digitale productpaspoort wordt opgebouwd rond zo'n identificatiecode, en dat de Commissie bij gedelegeerde handeling de precieze eisen daaraan vaststelt: een unieke productidentificatie, en waar relevant een unieke identificatie van de marktdeelnemer en van de productielocatie. Die code is niet hetzelfde als een EAN-code of een modelnummer. Een EAN-code identificeert een productsoort ("dit matrasmodel, deze maat"), terwijl de code onder artikel 12 een individueel exemplaar aanwijst, zodat het paspoort van dát ene matras kan worden teruggevonden via de QR-datadrager waarover artikel 11 gaat.
Voor fabrikanten en importeurs, niet voor elk matras nu al
Deze verplichting is gericht op de partij die verantwoordelijk is voor het samenstellen van het productpaspoort: doorgaans de fabrikant of de importeur die het matras op de EU-markt brengt. Zij zijn degenen die de identificatiecode toekennen en laten opnemen in het paspoort. Voor beddenspeciaalzaken en hotelinkoop verandert er in dit opzicht niets aan hun eigen bedrijfsvoering; zij ontvangen de code als onderdeel van het paspoort en hoeven zelf geen codes te genereren.
Belangrijk is ook waarvoor dit artikel niet geldt: het schrijft geen technisch format voor zoals een specifiek aantal cijfers of een verplicht type barcode, en het schrijft niet voor welke bestaande coderingssystemen (zoals GS1) wel of niet gebruikt mogen worden. Die keuzes worden ingevuld in de gedelegeerde handeling die voor matrassen nog moet verschijnen. Tot die handeling er is, bestaat er voor matrassen geen concrete, afdwingbare verplichting om een identificatiecode volgens artikel 12 toe te kennen — de verplichting in de ESPR zelf is het kader, de matrasspecifieke invulling volgt later.
Nog geen vaste datum, wel een vaststaand traject
Er is nog geen datum waarop deze verplichting voor matrassen ingaat. Volgens het werkplan van de Commissie voor de ESPR (2025-2030) wordt een gedelegeerde handeling voor matrassen verwacht in 2028; de daadwerkelijke ingangsdatum van de verplichtingen, inclusief die voor de unieke identificatiecode, wordt pas met die handeling zelf vastgesteld en gepubliceerd. Tot dat moment geldt er voor matrassen geen wettelijke verplichting om deze code te voeren. Wel staat het kader van artikel 12 en artikel 11 nu al vast, waardoor fabrikanten die vooruit willen lopen, weten binnen welke lijnen de latere matrasspecifieke eisen zullen worden ingevuld. Zodra de gedelegeerde handeling voor matrassen is gepubliceerd, wordt de datum hier vermeld.
Wat dit betekent voor de voorbereiding
Wie nu al wil nadenken over de unieke identificatiecode, pakt dat in de praktijk in deze volgorde aan. Eerst brengt de fabrikant of importeur in kaart op welk niveau een matras individueel te onderscheiden moet zijn: per geproduceerd exemplaar, of eventueel per productiebatch, aangezien de gedelegeerde handeling dit voor matrassen nog moet bepalen. Vervolgens wordt gekeken welke identificatiesystemen al binnen het bedrijf in gebruik zijn — bijvoorbeeld voor productie, logistiek of garantieregistratie — omdat artikel 12 ruimte laat om aan te sluiten bij bestaande, internationaal erkende systemen in plaats van een geheel nieuw systeem op te zetten. Daarna is het van belang om te bepalen hoe de identificatiecode gekoppeld wordt aan de QR-datadrager op het matras zelf, zodat de code en het fysieke product en het paspoort bij elkaar blijven horen gedurende de tien jaar dat het paspoort beschikbaar moet zijn. Matrapas.eu neemt bij het samenstellen van het paspoort de aangeleverde identificatiecode over en zorgt dat deze correct wordt gekoppeld aan de QR-code en aan het gehoste paspoort, zodat de fabrikant zelf geen aparte technische infrastructuur hoeft op te zetten om de code leesbaar en herleidbaar te maken.
Waar dit staat: artikel 12 en artikel 11 van de ESPR
Deze verplichting volgt uit artikel 12 van Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), dat de unieke identificatiecode als onderdeel van het digitale productpaspoort regelt en de Commissie de bevoegdheid geeft om de precieze eisen daaraan bij gedelegeerde handeling in te vullen. De koppeling tussen die code en de manier waarop het paspoort technisch toegankelijk wordt gemaakt, staat in artikel 11 van dezelfde verordening, dat het technisch ontwerp en de werking van het digitale productpaspoort regelt, inclusief de datadrager waarmee de code wordt uitgelezen.
Wie nu al matrassen produceert of importeert en vooruit wil denken, kan het beste alvast de bestaande identificatiesystemen binnen het eigen bedrijf inventariseren en nagaan hoe deze aansluiten op een koppeling met een QR-code per matras; de definitieve, matrasspecifieke eisen volgen zodra de gedelegeerde handeling is gepubliceerd, en worden op dat moment op deze pagina aangevuld.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 12 (unieke identificatiecode)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 11 (technisch ontwerp en werking van het digitale productpaspoort)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Elk product krijgt een eigen, unieke code
Artikel 12 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) schrijft voor dat een digitaal productpaspoort een unieke identificatiecode krijgt. Voor een matrassenfabrikant betekent dat: niet één code voor een hele modellijn, maar een code per product dat op de markt wordt gebracht. In de praktijk komt dat neer op een uitbreiding van wat veel bedrijven al doen met interne artikelnummers of batchcodes, maar dan net iets preciezer — de code moet het individuele product (of, afhankelijk van hoe de productregels dat invullen, de productie-eenheid) onderscheiden van alle andere, ook binnen dezelfde matrassenlijn en hetzelfde formaat.
Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit meestal geen nieuw systeem optuigen, maar het bestaande ordersysteem of productieregistratie zo aanpassen dat elke matras bij het verlaten van de fabriek een code meekrijgt die aan één paspoort te koppelen is. Wie al met GS1-nummers werkt, herkent het principe; wie dat niet doet, kan zich afvragen wat GS1 Digital Link precies is en of dat nodig is voor het productpaspoort.
De code moet de koppeling met het paspoort mogelijk maken
Artikel 11 van de ESPR beschrijft de technische eisen aan het productpaspoort, waaronder dat de identificatiecode en de gegevensdrager (meestal een QR-code) samen moeten zorgen dat het paspoort van een specifiek product ook echt bij dat product wordt gevonden. Dat is niet alleen een IT-vraag maar ook een logistieke: de code moet op het moment van productie of verpakking al vastliggen, vóórdat de QR-code op het product wordt aangebracht. Bedrijven die pas achteraf, bij verzending of verkoop, een code toekennen, lopen het risico dat paspoort en product niet meer synchroon lopen. Zie ook de vraag hoe de QR-code voor het productpaspoort op matrassen komt.
De code blijft het product zijn hele levensduur volgen
Een unieke identificatiecode is geen eenmalig etiket, maar een verwijzing die intact moet blijven zolang het product bestaat — en dus ook zolang het paspoort beschikbaar moet zijn. Dat raakt direct aan de vraag hoe lang een productpaspoort beschikbaar moet blijven. Voor een fabrikant betekent dit dat de code niet mag worden herbruikt voor een ander product, ook niet na jaren, en dat de administratie waarin productcode en paspoort aan elkaar hangen, niet verloren mag gaan — ook niet bij een systeemwissel, overname, of stopzetting van een van de bedrijven in de keten. Zie hierover ook wat er met het productpaspoort gebeurt als een bedrijf stopt.
De code moet aansluiten op het Europese register
Artikel 12 hangt samen met de verplichting om paspoortgegevens (waaronder de identificatiecode) te melden aan het centrale register. Wie zich afvraagt wat het register van digitale productpaspoorten precies is en wat daarin moet, doet er goed aan dat te bekijken in combinatie met de identificatiecode: het register herkent paspoorten via die code, dus een fout of dubbele code daar levert verderop in de keten problemen op.
Waar het misgaat in de praktijk
Eén code per modellijn in plaats van per product. Een fabrikant hergebruikt het bestaande artikelnummer van een matrasmodel als "unieke identificatiecode" voor het paspoort. Dat werkt totdat er tien identieke matrassen met tien verschillende paspoorten nodig zijn — en dan blijkt de code niet uniek genoeg.
Code wordt pas ná productie toegekend. Bij bedrijven waar de administratie en de productievloer niet goed op elkaar aansluiten, wordt de identificatiecode soms achteraf in het systeem gezet, bijvoorbeeld bij facturering. Het product staat dan al in het magazijn of onderweg naar de winkel, zonder dat de QR-code klopt met wat er in het paspoort staat.
Maatwerk zonder duidelijke code-structuur. Bij matrassen op maat, waar afmetingen, hardheid of stiksel per klant verschillen, ontbreekt vaak een heldere regel voor hoe elke variant een eigen code krijgt. Dat leidt tot verwarring tussen wat één product is en wat een optie binnen een product is. Zie de aanpak hiervoor bij het productpaspoort voor matrassen op maat.
Geen koppeling tussen ERP-systeem en paspoortcode. Sommige bedrijven voeren de identificatiecode handmatig in, los van het bestaande ordersysteem. Dat werkt bij kleine volumes, maar wordt foutgevoelig zodra de productie opschaalt. De vraag of het productpaspoort te koppelen is aan het eigen ERP- of voorraadsysteem is dan relevanter dan vaak wordt gedacht.
QR-code raakt los van de code die in het paspoort staat. Wanneer een label loslaat of verslijt en er zonder overleg een nieuw label met een nieuw nummer wordt geplakt, ontstaat een mismatch tussen het fysieke product en het digitale paspoort. Zie hierover wat te doen als de QR-code van de matras beschadigt en, voor voorraad die al zonder code de fabriek heeft verlaten, of een QR-code later nog op een al geproduceerde matras kan worden aangebracht.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht van hoe de unieke identificatiecode wordt opgebouwd (bijvoorbeeld op basis van een bestaand GS1-nummer, aangevuld met een productie- of batchvolgnummer).
- Het moment in het productieproces waarop de code wordt toegekend, en wie daarvoor verantwoordelijk is.
- De koppeling tussen de identificatiecode, het interne ordersysteem of ERP, en het paspoort — inclusief een afspraak over wat er gebeurt bij een systeemwissel.
- Een procedure voor maatwerkproducten: hoe een variant een eigen code krijgt zonder dat de basislijn en de optie met elkaar verward raken.
- Een back-upafspraak voor de administratie waarin productcode en paspoort aan elkaar gekoppeld zijn, ook relevant bij de vraag wat er met paspoortgegevens gebeurt als de hostingpartij ermee stopt.
- Een interne instructie voor de productievloer over het aanbrengen van de QR-code in combinatie met de toegekende code, zodat code en label nooit los van elkaar worden aangemaakt.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.